Terwijl Bitcoin met hoge verwachtingen aan 2025 begon, is het goud dat onverwacht het toneel overnam. Het edelmetaal, vaak gezien als de grote broer van de digitale munt, beleefde zijn sterkste jaar sinds de jaren zeventig. In een wereld waarin schuldenbergen de pan uit rijzen, zoeken beleggers massaal bescherming in schaarste.
Tijdens Bitcoin Amsterdam 2025 spraken we met Paul Buitink van Holland Gold. Hij volgt de monetaire spanningen al jaren op de voet en duidt de rol van goud én Bitcoin in een tijdperk waarin vertrouwen in het financiële systeem steeds brozer wordt.
Goud en Bitcoin als harde ankers
Buitink is al lange tijd een herkenbare stem in het Nederlandse debat over geld, goud en financiële stabiliteit. Als directeur van Holland Gold, een edelmetaalhandelaar die sinds 2011 actief is, schuift hij regelmatig aan in podcasts en interviews om de staat van het monetaire systeem te bespreken.
Wat veel mensen echter niet weten: hij is óók een Bitcoiner van het eerste uur. Die combinatie geeft hem een unieke blik op het speelveld, juist nu de oude en nieuwe wereld van geld steeds meer in elkaar schuiven.
Bitcoin en goud blijken bovendien meer verwantschap te hebben dan op het eerste gezicht lijkt. Ze zijn schaars, moeilijk te manipuleren en functioneren als hard geld buiten het bancaire systeem.
Goud ligt fysiek in je kluis; Bitcoin draait op een decentraal netwerk dat geen centrale autoriteit nodig heeft. In beide gevallen heb je bezit dat niet zomaar kan worden bijgeprint of bevroren.
Bitcoin wordt daarom al jaren het ‘digitale goud’ genoemd. Toch liep het rendement in 2025 ver uiteen. Sinds 2013 was het verschil tussen beiden niet meer zo groot geweest. We vroegen Buitink of dat iets zegt over hun rol in deze tijd.
“Ja en nee,” zegt hij. “In tijden van geopolitieke onrust… wordt goud steeds populairder als veilige haven. Crypto heeft dat nog minder. Maar ik kijk niet zo naar die dagkoers. Ik ben een langetermijnbeliever in Bitcoin en ik zie dat het op termijn een plaats kan krijgen tussen andere reserve-assets zoals goud.”
Van betaalmiddel naar digitaal goud
Het narratief rond Bitcoin is de afgelopen jaren duidelijk verschoven. Waar het in 2009 door de nog altijd mysterieuze Satoshi Nakamoto werd gelanceerd als alternatief betaalsysteem, een manier om geld peer-to-peer te versturen zonder banken, is het langzaam opgeschoven naar een digitale waardeopslag.
De timing was destijds cruciaal. De financiële crisis had blootgelegd hoe kwetsbaar banken zijn. Bitcoin ruilde vertrouwen in voor wiskunde: cryptografie in plaats van centrale controle.
Buitink herinnert zich die beginjaren nog goed.
”Ik genoot van mijn peer-to-peer betalingen. Ik heb dat veel gedaan in 2013 en 2014 en mis dat wel een beetje.”
Toch ziet hij de verschuiving niet als verraad. “Uiteindelijk is het prima als het ten eerste digitaal goud is… en je een tweede laag netwerk hebt om het alsnog te gebruiken als betaalmiddel.”
Door dat nieuwe digitale-goudverhaal wordt Bitcoin begrijpelijker voor een grote groep mensen. De schaarste spreekt tot de verbeelding, net als het idee dat Bitcoin bescherming kan bieden tegen de alsmaar duurder wordende boodschappen (inflatie).
Daarnaast heeft Bitcoin een vaste plek veroverd op Wall Street. Grote vermogensbeheerders bieden het inmiddels aan via beursgenoteerde fondsen en ook banken doen mee. Dat staat misschien haaks op de oorspronkelijke visie van Bitcoin, maar volgens Buitink zorgt het wel weer voor meer gebruikers. Hij hoopt dat centrale banken hierna aan de beurt zijn om BTC op de balans te zetten.
Een paar maanden terug werd Bitcoin voor het eerst in de geschiedenis opgenomen in de balans van een nationale centrale bank. De Tsjechische centrale bank richtte een testportfolio op met 1 miljoen dollar aan BTC.
Buitink richt zijn hoop op een nieuwe generatie centrale bankiers en noemt het een kwestie van ‘’de lange adem’’.
Inflatie als stille nooduitgang
Volgens Buitink leven we in een tijd waarin de rek uit het systeem raakt. “We leven in een tijd van veel te veel schuld wereldwijd,” zegt hij. Landen kunnen die schulden nauwelijks nog afbouwen. Afschrijven is geen optie en uit de schulden groeien via productiviteit of bevolkingsgroei noemt hij “lastig”.
Inflatie wordt daarmee de sluiproute: door prijzen te laten stijgen wordt bestaande schuld langzaam minder waard. Overheden kunnen natuurlijk niet zelf letterlijk de prijzen opjagen, maar ze kunnen wel maatregelen nemen die zorgen dat er meer geld in omloop komt. En als er meer geld is, stijgen prijzen vanzelf.
”Iedereen let op inflatie. Iedereen weet dat het allemaal duurder wordt. Dus ik denk niet dat centrale banken daarmee wegkomen. Maar waarschijnlijk gaan ze het wel proberen via inflatie.”
“In een omgeving van inflatie zie je dat schaarse assets zoals goud, zilver, Bitcoin en aandelen het goed doen.” Goud heeft daarbovenop het voordeel van een veilige haven, waarbij mensen zich zorgen maken over het instorten van het systeem.
Een monetaire reset
Volgens Buitink is de economie als een drugsverslaafde die steeds een nieuwe injectie schuld nodig heeft. “Mensen zijn gewoon gewend aan een schuld als injectie om het systeem een optater te geven.” Het is een patroon dat zichzelf blijft voeden zolang geld goedkoop blijft.
Daarom pleit hij voor een reset: een overgang naar een systeem gebaseerd op harder, gedisciplineerder geld. “We zijn gewend geraakt aan easy money. Lage rentes, geld voor niks. Dat is een groot probleem.”
Hij verwacht dat politici de reset blijven uitstellen, omdat de gevolgen hard kunnen aankomen. Toch breekt er vroeg of laat een moment aan waarop het systeem het begeeft, en dan moet er een alternatief klaarstaan.
Voor Buitink liggen goud en Bitcoin voor de hand. Beide opereren buiten het financiële systeem en bieden een schaarse tegenhanger van fiatgeld. Goud heeft vijf millennia geschiedenis; Bitcoin pas zeventien jaar. Maar dat maakt volgens hem niet uit. “Je hebt daar geen 5000 jaar voor nodig. We leven nu in een heel andere tijd.”
Daarnaast denkt hij dat Nederland serieus moet nadenken over een alternatief fiatmodel. “De tweede gulden ofzo,” zegt hij met een glimlach. Hij wil een model waarin banken maar een klein deel van het geld kunnen uitlenen (full reserve), in plaats van bijna alles (fractional reserve). Daardoor zouden banken minder risico nemen en wordt het financiële systeem stabieler.
De vlucht naar schaarste
De steeds hogere goudprijs noemt hij dan ook allesbehalve verrassend. Overheden stapelen schulden op, inflatie knaagt aan koopkracht en mensen zoeken instinctief naar schaarse bezittingen buiten het systeem. In die zin lijken goud en Bitcoin daadwerkelijk op twee broertjes met een fors leeftijdsverschil.
Buitink sluit af met een helder advies. Naarmate je ouder wordt past een groter aandeel goud, en wie jong is kan meer risico nemen met Bitcoin. Maar volgens hem horen beide assets thuis in elke portefeuille. Juist omdat ze elkaar zo goed aanvullen.

