Na jaren van juridische strijd, tijdelijke oplossingen en politieke hoofdbrekens staat box 3 opnieuw voor een ingrijpende verandering. Vanaf 2028 wil de Nederlandse overheid definitief afscheid nemen van het belasten van verzonnen rendementen. In plaats daarvan moet het werkelijke rendement centraal komen te staan.
Dat klinkt als een eerlijke oplossing, maar het nieuwe stelsel krijgt ontzettend veel kritiek. Zelfs politieke partijen hebben hun twijfels en zien liever een ander systeem, maar voelen zich gedwongen om toch in te stemmen.
Wat verandert er straks precies, waarom voelt de steun zo wankel en waarom kan dit nieuwe systeem juist voor bitcoiners slecht uitpakken? In dit artikel zetten we alles overzichtelijk op een rij en laten we twee experts hun licht laten schijnen over de plannen.
Hoe box 3 nu werkt
Box 3 is de belasting op vermogen. Spaargeld, beleggingen zoals aandelen en crypto, en bijvoorbeeld een tweede woning vallen hieronder. Sinds de invoering in 2001 rekent de Belastingdienst niet met wat iemand écht verdient, maar met een fictief rendement: een aangenomen opbrengst waarover belasting wordt geheven.
Dat systeem bleef jarenlang overeind, maar begon te knellen toen spaarrentes structureel laag werden. Spaarders betaalden belasting over winsten die zij in de praktijk nauwelijks maakten. Vanaf 2017 werd het stelsel aangepast, met verschillende fictieve rendementen voor spaargeld en beleggingen, maar ook dat bleef gebaseerd op gemiddelden.
In 2021 trok de Hoge Raad definitief aan de noodrem. In het zogeheten Kerstarrest oordeelde de rechter dat het belasten van verzonnen rendementen in strijd is met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel. Sindsdien bevindt box 3 zich in een soort noodtoestand.
De overheid werkt momenteel met een tijdelijke regeling, de Overbruggingswet uit 2023. Spaargeld, beleggingen en overige bezittingen worden daarbij afzonderlijk belast, nog steeds op basis van veronderstelde rendementen.
Wel is er sinds vorig jaar een tegenbewijsregeling: wie kan aantonen dat zijn werkelijke rendement lager was dan waar de Belastingdienst mee rekent, kan (een deel van) de betaalde belasting terugkrijgen.
In dit artikel lees je precies hoeveel belasting je nu betaalt over je Bitcoins.
Wat verandert er vanaf 2028?
Vanaf 1 januari 2028 moet de Wet werkelijk rendement box 3 ingaan. De gedachte daarachter is op eenvoudig: niet langer een verzonnen percentage, maar het rendement dat iemand daadwerkelijk behaalt, vormt de basis voor de belastingheffing.
Voor spaargeld, aandelen en crypto geldt een vermogensaanwasbelasting. Daarbij kijkt de Belastingdienst elk jaar naar het totale rendement. Dat bestaat niet alleen uit de waardeverandering van het bezit, maar ook uit direct ontvangen inkomsten zoals rente op spaargeld, dividend op aandelen maar ook staking-beloningen op cryptomunten.
Stel iemand bezit één Bitcoin ter waarde van 100.000 euro. Stijgt de koers in een kalenderjaar met 30 procent, dan is het rendement 30.000 euro. Over dat bedrag moet box 3-belasting worden betaald, ook als de volledige bitcoin in de wallet blijft.
Voor onroerende zaken en aandelen in start-ups en scale-ups geldt juist een vermogenswinstbelasting. In die gevallen wordt pas afgerekend op het moment van verkoop. Die uitzondering moet voorkomen dat mensen belasting moeten betalen over bezit dat moeilijk te gelde te maken is.
Het gevolg is wel dat belastingbetalers vanaf 2028 meerdere systemen naast elkaar moeten bijhouden, wat de aangifte complexer maakt.
Wie verlies maakt, krijgt geen directe teruggaaf. Verliezen mogen wel onbeperkt worden verrekend met toekomstige winsten. Er geldt daarbij een drempel van 500 euro per jaar: alleen verliezen boven dat bedrag tellen mee.
Ook het bekende heffingsvrije vermogen verdwijnt. In plaats daarvan komt een heffingsvrij resultaat van 1.800 euro per persoon per jaar. Over de eerste 1.800 euro aan rendement wordt geen belasting geheven, ongeacht hoe groot het vermogen is.
Waarom er zoveel kritiek is
Vooral het belasten van papieren winsten is een van de meest omstreden onderdelen van het nieuwe systeem. Het kan beleggers ertoe dwingen om een deel van hun bezittingen te verkopen.
Als bitcoin een heel goed jaar draait en bijvoorbeeld in waarde verdubbelt, dan kan de belastingaangifte al snel heel erg oplopen. Voor de mensen die dit niet zomaar kunnen ophoesten zit er dan weinig anders op. En dat zorgt er weer voor dat ze in de toekomst minder verdienen aan hun beleggingen.
Vermogensexperts van ABN Amro Tjarko Denekamp en Peter Beets noemen het voorgestelde systeem juridisch en praktisch kwetsbaar en zien meerdere duidelijke knelpunten.
Een eerste groot probleem is het hybride karakter van het stelsel. Voor spaargeld, aandelen en crypto geldt een vermogensaanwasbelasting, terwijl voor vastgoed en aandelen in start-ups pas bij verkoop wordt afgerekend. Volgens de experts is dat moeilijk uitlegbaar en vergroot het de complexiteit, zowel voor belastingbetalers als voor de Belastingdienst.
Een ander groot pijnpunt is het gebrek aan verliescompensatie. Die kwetsbaarheid speelt op twee momenten: bij de overgang naar het nieuwe systeem en in de jaren daarna.
Allereerst tellen verliezen die vóór 1 januari 2028 zijn geleden niet mee. Beleggers die de afgelopen jaren zware verliezen hebben geïncasseerd, beginnen in het nieuwe stelsel met een schone lei. Herstelt een portefeuille in 2028 slechts tot het oorspronkelijke ingelegde bedrag, dan ziet de Belastingdienst dat herstel alsnog als winst. Economisch is er niets verdiend, maar fiscaal moet er worden afgerekend.
Daarna ontstaat een tweede, meer structureel probleem. In het nieuwe stelsel mogen verliezen alleen worden verrekend met toekomstige winsten. Achterwaartse verliesverrekening ontbreekt. Denekamp liet aan ons weten dat het tot schrijnende situaties kan leiden.
”Stel dat je in 2028 een mooie winst maakt, maar je verkoopt niet en in 2029 gaat die winst in rook op. Per saldo heb je dan niets verdiend, maar over de winst in 2028 moet je wel belasting betalen.”
Het probleem wordt groter als er daarna geen nieuwe winsten meer volgen. Wie stopt met beleggen, zijn vermogen investeert in een onderneming, een huis koopt of komt te overlijden, kan het verlies niet meer verrekenen. ”Het lijkt logisch om de verliesverrekening wat te verruimen, zoals ook in box 2 geldt,’’ aldus Van Denekamp.
Een derde knelpunt zit bij heffing zonder daadwerkelijke inkomsten. In het nieuwe stelsel kan belasting verschuldigd zijn bij gebeurtenissen zoals schenking, overlijden of het aangaan of beëindigen van een huwelijk. Ook bij vastgoed kan heffing plaatsvinden zonder dat er feitelijk inkomsten zijn, bijvoorbeeld bij leegstand. Dat vergroot het risico op liquiditeitsproblemen en zelfs gedwongen verkoop.
De Raad van State waarschuwt dat belasting heffen over papieren winsten kan botsen met het eigendomsrecht uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het draagkrachtbeginsel kan schenden.
Van Denekamp gaf aan dat de kwetsbaarheid met name opkwam vanuit de Landsadvocaat. Die legde de vinger op het punt dat bij een vermogensaanwasbelasting de belastingbetaling al aan de orde kan komen voordat de winst is gerealiseerd.
”Ik kan niet inschatten hoe groot dat risico is, dat is aan de rechter,’’ zo schrijft hij.
Waarom vermogensaanwas ‘best elegant’ kan zijn
Tussen alle kritiek klinkt ook een ander geluid. Bert Slagter, schrijver van Ons geld is stuk en host van Satoshi Radio, noemt vermogensaanwasbelasting op zichzelf zelfs “best elegant”. Die uitspraak deed hij op socialmediaplatform X, maar hij nuanceert die meteen.
Volgens Slagter is er in Nederland een breed gedragen uitgangspunt dat vermogen belast moet worden op basis van het werkelijke rendement. De echte discussie gaat niet over dát principe, maar over de vorm: reken je jaarlijks af over de waardestijging, of pas op het moment dat winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd bij verkoop?
“Bij het vergelijken van systemen kijken economen of ze onnodige economische verstoringen veroorzaken,” legt Slagter uit. Juist daar ziet hij een belangrijk voordeel van vermogensaanwasbelasting. Bij een vermogenswinstbelasting worden beleggers fiscaal geprikkeld om beleggingen langer vast te houden dan ze eigenlijk zouden willen. Dat kan ertoe leiden dat portefeuilles niet worden aangepast, puur om belasting te vermijden.
”Bij een vermogensaanwasbelasting is dat niet aan de orde. Iedereen rekent jaarlijks af, en je kunt zonder straf je portefeuille herschikken.”
Daar komt bij dat een vermogenswinstbelasting volgens Slagter vooral gunstig uitpakt voor de allerrijksten. Zij kunnen winstnemingen uitstellen, wachten op een gunstiger tarief of hun vermogen belenen zonder ooit te verkopen. Op die manier blijft belastingheffing soms jarenlang, of zelfs een leven lang, uit.
Die elegantie ziet Slagter in theorie ook terug bij volatiele beleggingen zoals bitcoin, maar wel onder strikte voorwaarden. Eén van die voorwaarden is dat er een ”volledige en efficiënte verliesverrekening is met eerdere en latere jaren”.
Ook over het tarief is Slagter uitgesproken kritisch. Het voorgestelde box 3-tarief van 36 procent noemt hij “belachelijk hoog”. “Als je alle vermogenswinstbelastingtarieven elders in de wereld op een rijtje zet, dan ligt het zwaartepunt rond de 20 procent,” stelt hij. Voor een vermogensaanwasbelasting zou het tarief volgens hem juist lager moeten liggen, omdat de overheid bij dit systeem eerder en structureler inkomsten binnenhaalt.
Hij vertelt ook nog dat de administratieve last van vermogensaanwasbelasting volgens hem juist lager is dan bij een vermogenswinstbelasting. “Dat komt omdat je bij vermogenswinstbelasting de aanschafprijs van elke individuele belegging moet bijhouden, ook als dat tientallen jaren geleden is.”
Politiek draagvlak, maar met pijn in de buik
De huidige tussenoplossing met fictieve rendementen zorgt voor onzekerheid, veel bezwaarprocedures en een enorme uitvoeringslast voor de Belastingdienst. Bovendien kost het de staat veel geld. Door de huidige regeling loopt de schatkist jaarlijks zo’n 2,4 miljard euro mis.
Uitstel is daardoor politiek nauwelijks meer verdedigbaar. Hoe onbevredigend het nieuwe voorstel voor velen ook voelt, vrijwel niemand ziet een realistisch alternatief op korte termijn.
Volgens de NOS noemt de PVV het voorstel “bizar slecht” en de ChristenUnie vindt het “onnodig ingewikkeld”. Veel partijen noemen de wet daarom expliciet een tussenstap. en ook staatssecretaris Eugène Heijnen heeft al aangegeven dat dit niet het eindstation is.
Gisteren werd er gestemd over de moties en dat was de eerste van drie stemrondes. Donderdag stemt de Kamer over de amendementen (de wijzigingen op de wet) en later op de dag over het wetsvoorstel zelf.
Nieuw kabinet zet al koers naar een ander systeem
In het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA (‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’) staat dat het nieuwe box 3-stelsel op termijn moet worden doorontwikkeld naar een volledige vermogenswinstbelasting, waar Slagter het dus ook al over had.
Volgens het kabinet is een directe overstap technisch en praktisch niet haalbaar. De systemen van de Belastingdienst zijn daar nog niet op ingericht en een abrupte wijziging zou de geplande invoering per 1 januari 2028 op losse schroeven zetten. Bovendien zou de staat in de eerste jaren miljarden aan belastinginkomsten mislopen, omdat beleggers winstnemingen kunnen uitstellen.

