De omstreden box 3-wet voor 2028 gaat toch niet terug naar de tekentafel. Het kabinet wil de vermogensaanwasbelasting op onderdelen aanpassen, maar de kern van het nieuwe systeem blijft overeind. Daarmee verdwijnt de hoop dat het plan volledig zou worden herzien na de felle kritiek van beleggers, economen en zelfs ministers.
De mogelijke wijzigingen worden waarschijnlijk pas op Prinsjesdag gepresenteerd. Intussen ligt de wet nog bij de Eerste Kamer.
Kabinet tempert verwachtingen
De onrust ontstond vorige week toen minister van Financiën Eelco Heinen suggereerde dat de box 3-wet mogelijk “terug naar de tekentafel” moest. Die uitspraak zorgde voor veel speculatie dat het hele plan op losse schroeven stond.
Maar volgens staatssecretaris Eelco Eerenberg (D66) is dat niet het geval. Het kabinet wil het stelsel niet opnieuw ontwerpen, maar slechts op onderdelen aanpassen om het draagvlak te vergroten.
De Wet werkelijk rendement box 3 kan volgens hem gewoon door de Eerste Kamer worden behandeld. Eventuele wijzigingen komen pas later, waarschijnlijk via het Belastingplan dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd.
Wat er vanaf 2028 verandert
Het nieuwe stelsel moet op 1 januari 2028 ingaan. Vanaf dat moment wordt niet langer gewerkt met fictieve rendementen, maar met het werkelijke rendement op vermogen.
Voor beleggingen zoals aandelen, ETF’s en bitcoin geldt een vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat de Belastingdienst jaarlijks kijkt naar de waardestijging van het bezit. Zelfs als je niets verkoopt, zul je af moeten tikken als de waarde van je investeringen is toegenomen. Net als nu blijft het tarief 36 procent.
In een eerder artikel legden we al uit hoe dat concreet uitpakt. Vooral als bitcoin een goed jaar draait, zal de belastingdruk veel hoger worden.
Het huidige stelsel werd in 2021 door de Hoge Raad onderuit gehaald, omdat mensen belasting betaalden over opbrengsten die zij vaak helemaal niet hadden verdiend.
De Tweede Kamer ging eerder al met met pijn in de buik akkoord met de wet, maar de Eerste Kamer neemt nu juist extra tijd voor de behandeling.
Verliesverrekening ligt op tafel
Een van de belangrijkste aanpassingen die het kabinet onderzoekt, gaat over verliesverrekening.
Onder het huidige voorstel kunnen verliezen alleen worden verrekend met toekomstige winsten. Dat betekent dat een belegger bijvoorbeeld belasting moet betalen over een winst in 2028, zelfs als die winst in een later jaar weer verdwijnt. Dat is natuurlijk erg krom.
Het kabinet kijkt daarom naar een zogeheten achterwaartse verliesverrekening. Daarmee zouden verliezen uit een later jaar kunnen worden verrekend met winst uit een eerder jaar.
Concreet wordt gekeken naar een systeem waarbij een verlies uit 2029 kan worden verrekend met winst uit 2028.
Dat idee komt voort uit een motie van JA21 en de ChristenUnie. Volgens berekeningen van het ministerie van Financiën zou deze wijziging de staat ongeveer 3,3 miljard euro aan belastinginkomsten kosten in de eerste jaren.
Vermogensaanwasbelasting onder vuur
De discussie draait vooral om de vermogensaanwasbelasting zelf. In dit systeem wordt belasting geheven over waardestijgingen die nog niet zijn gerealiseerd.
Voor beleggers kan dat betekenen dat zij belasting moeten betalen zonder dat er daadwerkelijk geld binnenkomt. Bij sterk stijgende markten kan dat zelfs leiden tot gedwongen verkoop van beleggingen.
De kritiek op dit systeem klinkt al langer. In dit artikel bespraken we onder meer de zorgen van vermogensexperts en economen over de juridische en praktische risico’s van het nieuwe model.
Ook binnen de politiek groeit de twijfel. De afgelopen weken ontstond volgens het ministerie van Financiën zelfs “onrust over de effecten van vermogensaanwasbelasting op het investeringsklimaat in Nederland”.
Eindstation is waarschijnlijk anders
Hoewel de vermogensaanwasbelasting voorlopig overeind blijft, kijkt het kabinet al verder vooruit.
Het uiteindelijke doel is een vermogenswinstbelasting. In zo’n systeem wordt pas belasting geheven wanneer beleggingen daadwerkelijk worden verkocht. Dat is ook het model dat in veel andere Europese landen wordt gebruikt.
Volgens staatssecretaris Eerenberg kost zo’n overstap echter tijd. De Belastingdienst moet systemen aanpassen en financiële instellingen moeten gegevens kunnen uitwisselen.
Daarom kiest het kabinet eerst voor de vermogensaanwasbelasting in 2028, met mogelijke verbeteringen onderweg.

